Terugblik 2015

2017 / 2016 / 2015 / 2014 / 2013 / 2012 / 2011 / 2010 / 2009 / 2008 / 2007 / 2006

01 dec 2015: Tussen identificatie en bedreiging: vluchtelingen in Nederland sinds de 16e eeuw: Ontmoet Prof. Leo Lucassen, migratiehistoricus

Of vluchtelingen een warm welkom wordt bereid, wordt sterk bepaald door de mate van identificatie door de ontvangende samenleving. Zijn het geloofsgenoten, of mensen met eenzelfde politieke overtuiging, of staan vluchtelingen ver van ons af? Of we vooral de overeenkomsten zien, dan wel de verschillen, hangt echter ook af van de manier waarom overheden de vluchtelingen in kwestie ‘framen’ en van de rol van private organisaties en  burgers. De Nederlandse geschiedenis biedt een keur aan voorbeelden die samen een interessant laboratorium vormen. Dat kunnen we gebruiken om de vraag te beantwoorden wat nu bepaalt onder welke voorwaarden we ons wel of niet identificeren met vluchtelingen.

Leo Lucassen is Directeur Onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en hoogleraar ‘Global Labour and Migration Studies’ aan de Universiteit Leiden.

 

10 nov 2015: De Spitsbergen-expeditie Onderzoek naar smeltende ijskappen: Ontmoet  Dr Willem Jan van de Berg, UU, Inst. voor Marien en Atmospherisch Onderzoek

Deze zomer ging een groep van 104 wetenschappers, beleidsmakers, kunstenaars en toeristen op expeditie naar Edgeøya, zuid-oost Svalbard. Tijdens de expeditie is er ecologisch, archeologisch, biochemisch en sociologisch onderzoek gedaan, dit alles met als gegeven dat nieuwe gegevens vergeleken kunnen worden met de data verzameld in de 40 jaar dat Nederland onderzoek deed op Edgeøya.

De bijdrage van het IMAU (Institute for Marine and Atmospheric Research Utrecht), Universiteit Utrecht was echter het starten van nieuw onderzoek. De drie IMAU wetenschappers (Willem Jan van de Berg, Stefan Ligtenberg en Peter Kuipers Munneke) hebben op een gletsjer op Spitsbergen een automatisch weerstation geplaatst. Dit weerstation meet het klimaat op de gletsjer en de hoeveelheid smelt op die locatie. Belangrijker nog, uit het geheel van de metingen kunnen we achterhalen waarom de gletsjer smelt, komt dit door veel zonneschijn, of harde wind, een donker gletsjer oppervlak – de metingen zullen dat vertellen. Die metingen zullen we gaan gebruiken om onze weermodellen voor ijskappen en gletsjers beter te maken. Die weermodellen hebben we nodig om betrouwbare schattingen te maken van de toekomstige hoeveelheid massaverlies van de gletsjers van Svalbard, maar ook van de ijskappen van Groenland en Antarctica.

Tijdens de presentatie zal een impressie van de expeditie naar Spitsbergen gegeven worden en uitgelegd worden hoe het weerstation op Spitsbergen bijdraagt aan betere schattingen van de reactie van gletsjers op klimaatsverandering.

6 okt 2015: Wat baby’s over taal (moeten) weten: Ontmoet  prof. Claartje Levelt (LUCL en LIBC)

Taal is een complex systeem, maar baby’s leren hun moedertaal zonder expliciete instructie. Wat weten baby’s eigenlijk over taal voordat ze hun eerste woord produceren? En wat vertellen de eerste woorden ons over het taalontwikkelingsproces? In deze lezing krijgt u een indruk van de manier waarop baby’s in de eerste twee jaar van hun leven taal waarnemen en produceren.

We concentreren ons op de waarneming en productie van klanken in woorden. Baby’s en jonge kinderen spreken woorden vaak anders uit dan volwassen sprekers. Ze zeggen bijvoorbeeld ‘foep’ in plaats van ‘soep’, ‘choen’ in plaats van ‘schoen’ en ‘pa’ in plaats van ‘bal’. Deze “versprekingen” zijn niet willekeurig, maar systematisch.

In mijn onderzoek probeer ik de systematiek achter deze woordproducties van jonge kinderen te achterhalen. Daarvoor kun je op verschillende manieren te werk gaan. Eén methode is om de taalontwikkeling bij baby’s een tijdlang te volgen, door heel regelmatig opnames te maken van de spraak, en die grondig te analyseren. Meer gerichte vraagstellingen kunnen met behulp van een experiment beantwoord worden. Omdat we niet direct aan baby’s kunnen vragen waarom ze woorden op een bepaalde manier uitspreken, of hoe ze zelf over hun eigen (afwijkende) uitspraak van woorden denken, moeten die experimenten slim opgezet worden. Dat proberen we in het Babylab van de Universiteit Leiden voor elkaar te krijgen.

In de lezing zal ik laten zien hoe je met behulp van productie- en waarnemingsexperimenten kunt achterhalen wat de taalkennis achter de woordproducties van baby’s is. Aan het eind van de lezing hoop ik dat zowel uw begrip van taalontwikkeling als de verwondering over wat baby’s (moeten) weten over taal is toegenomen.

8 sept 2015: In de ban van Tolkien – Sociologie van Tolkien-spiritualiteit en andere fictiereligies: Ontmoet Dr. Markus Davidsen (LUCSoR) 

Deze lezing behandelt de nieuwste religieuze trend: de opkomst van religieuze bewegingen die gebaseerd zijn op fictie. Tolkien-spiritualiteit, dus spiritualiteit gebaseerd op In de ban van de ring en Tolkiens overige verhalen over Midden-aarde, is een goed voorbeeld van zo’n ‘fictiereligie’. Beoefenaars van Tolkien-spiritualiteit geloven dat Gandalf en andere personages uit Tolkiens verhalen echt bestaan en roepen ze aan in rituelen. Ze geloven dat Tolkien boeken gebaseerd zijn op visioenen van een spirituele wereld, of speculeren dat Tolkien zelf een elf was die zich als mens liet incarneren om het verhaal van de elfen in mythische vorm te vertellen. Er zijn ook andere religies die putten uit fictie. De meest bekende is het jediïsme, een religie die gebaseerd is op de Star Wars-films van George Lucas en wiens aanhangers geloven in de Kracht (the Force) en zichzelf zien als jedi-ridders. Het jediïsme kwam in het nieuws toen meer dan 500.000 mensen zich opgaven als jedi-ridders bij de volkstelling in 2001 in Groot-Brittannië, Canada, Australië en New Zeeland. Hoewel slechts een klein deel van de volkstellings-jedi’s serieuze beoefenaars van het jediïsme waren, liet de volkstelling zien dat mensen de spirituele potentie van fictie herkenden en zich er niet voor schaamden om dat uit te drukken.

Het pure bestaan van religies die gebaseerd zijn op fictie roept veel vragen op, en een deel daarvan komen aan de orde in de lezing. Bijvoorbeeld: wat is precies het verschil tussen religies gebaseerd op fictie en ‘gewone’ religies – is de bijbel niet ook fictie? Hoe gaan beoefenaars van Tolkien-spiritualiteit en jediïsme om met het feit dat hun religies gebaseerd zijn op fictie? Hoe maken ze hun religie geloofwaardig voor zichzelf? Hoe hangt de opkomst van religies gebaseerd op fictie samen met andere, brede ontwikkelingen in de samenleving, zoals secularisatie, individualisering en de internet-revolutie? Zijn deze religie, omdat vooral op internet actief zijn, nauwelijks levensvatbaar? Of zien we hier juist de toekomst van religie?

Markus Altena Davidsen is Universitair Docent Godsdienstsociologie bij Universiteit Leiden. Hij promoveerde in 2014 op het proefschrift The Spiritual Tolkien Milieu: A Study of Fiction-based Religion. Een korte blog-post over Tolkien-spiritualiteit is te lezen op het Leiden Religie Blog.

9 juni 2015: Onderzoek naar het verleden van Tongeren: Ontmoet Archeoloog Roderick Geerts van ADC ArcheoProjecten

Archeologie stoffig? Welnee! Zie wat we allemaal kunnen ontdekken aan de hand van materiaal dat eeuwen geleden in de grond heeft gezeten. Bijvoorbeeld bij de Belgische stad Tongeren, nu een middelgroot stadje, maar in de 2e eeuw n. Chr. een bruisende handelsstad!

Middels een grootschalig onderzoek van ADC ArcheoProjecten zijn we hierover meer te weten gekomen, namelijk dat de eerste Romeinse elite van Tongeren een eigen familiemausoleum had. De ambachtslui in Tongeren hadden het niet slecht, ze hadden toegang tot luxe voedsel en konden schrijven. Net zoals vandaag de dag hadden de inwoners van Tongeren vloerverwarming en stromend water via het aquaduct. De stad Tongeren ontwikkelde zich tot de hoofdstad van een provincie en stond centraal in de handelsnetwerken.Door het verleden in detail te bestuderen kan archeologie vragen als deze beantwoorden: Wat heeft het metaal onderzoek opgeleverd? Hoeveel kan aardewerk zeggen over de levensstandaard in die tijd? En van wie waren de goed bewaarde skeletten?

19 mei 2015: Solaroad, energie uit de weg: Ontmoet natuurkundige Sten de Wit van TNO
International Year of Light

Op 21 oktober 2014 werd in Krommenie het eerste fietspad in gebruik genomen dat zonlicht omzet in elektriciteit. In het kader van het Internationale Jaar van het Licht organiseert Science Cafe Leiden een lezing over deze innovatie.

De SolaRoad

Het idee achter SolaRoad is eenvoudig: zonlicht dat op het wegdek valt, wordt opgevangen door zonnecellen en omgezet in elektriciteit – het wegdek als een groot zonnepaneel. De op deze manier opgewekte elektriciteit vindt praktische toepassingen in wegverlichting, verkeersinstallaties, elektrische auto’s (die er overheen rijden) en huishoudens.

Een deel van een SolaRoad module

SolaRoad bestaat uit betonnen modules van 2,5 bij 3,5 meter met een geharde glazen en lichtdoorlatende toplaag van ongeveer 1 cm dikte. Onder het glas liggen kristallijn silicium zonnecellen. De toplaag toont meteen een belangrijk verschil met het traditionele wegdek. Deze moet namelijk zo veel mogelijk zonlicht doorlaten en vervuiling afstoten. Tegelijkertijd moet de toplaag stroef en sterk genoeg zijn om een veilig wegdek te realiseren. Dit is één van de technische uitdagingen van SolaRoad. Bij het overwinnen van obstakels in de realisatie is de nauwe samenwerking tussen TNO, Provincie Noord-Holland, en de bedrijven Ooms Civiel en Imtech van groot belang gebleken.

Het plaatsen van de elementen

Het plaatsen van de elementen

Ontmoet initiatiefnemer Sten de Wit: “SolaRoad is een initiatief waar ik trots op ben. Het idee ontstond bij TNO: zou het niet prachtig zijn als we het zonlicht dat op ons wegennet valt zouden kunnen opvangen en omzetten in elektriciteit, en daarmee de auto’s over de weg laten rijden? Eigenlijk een heel simpel idee. Als ik het aan mensen vertel, is de reactie vaak: goh, waarom hebben we daar niet eerder aan gedacht? Er is 130.000 km verhard wegdek in Nederland met een oppervlak dat twee keer zo groot is als het totale dakoppervlak. Daarmee kan veel extra zonnestroom worden opgewekt zonder dat daaraan extra ruimte hoeft worden opgeofferd.”

 

Kom naar de lezing en hoor hoeveel energie de SolaRoad deze winter geproduceerd heeft. Hoe is het om op deze weg te fietsen? Welke obstakels moesten overwonnen worden om dit eenvoudige idee tot werkelijkheid te maken? Wordt ons wegennet een onuitputtelijke bron van groene stroom?

14 april 2015: Synthetische virussen voor gentherapie: Ontmoet Daniela Kraft van het Leiden Institute of Physics, Universiteit Leiden.

Het functioneren van ons lichaam wordt voor een groot deel bepaald door onze genen. Een defect gen kan daarom grote problemen voor onze gezondheid zorgen. Door de gezonde genen in ontregelde cellen te brengen hoopt men de cellen genetisch te kunnen herprogrammeren en zo de erfelijke aandoening te genezen. Men noemt deze vorm van therapie ook gentherapie. Maar hoewel de verwachtingen al decennia lang hoog zijn, is er tot nu toe geen vorm van gentherapie routinematig beschikbaar. Het blijkt namelijk moeilijk om grote moleculen zoals genen naar de juiste plek te brengen. Virussen daarentegen zijn uitermate handig in het inbrengen van (hun) genetisch materiaal in cellen. Maar hoe doen ze dat eigenlijk? En, kunnen wij, als we dit mechanisme begrijpen, het voor gentherapie gebruiken? Tijdens deze lezing worden nieuwe inzichten in het ontstaan van een natuurlijk virus getoond en uitgelegd hoe we op basis daarvan een nieuw soort synthetisch virus hebben ontwikkeld. Het synthetische virus bestaat uit een eenvoudige combinatie van natuurlijke eiwitten, die genetische moleculen in cellen kunnen brengen. Door het proces van virus assemblage verder te onderzoeken hopen we nog effectievere transportmiddelen zonder bijwerkingen te kunnen maken.

10 maart 2015: Onderzoek met lekenwaarnemingen: van fijnstof tot vlinders: Ontmoet dr. Frans Snik (UL, iSpex) en dr. Chris van Swaay (Vlinderstichting)

Vrijwilligers kunnen op allerlei wijze bijdragen leveren aan wetenschappelijk onderzoek. Bijvoorbeeld door “Fijnstof meten met je smartphone en iSPEX” of “Samen vlinders tellen”. Hoe om te gaan met dergelijk vrijwilligersonderzoek en wat de resultaten zijn, zal toegelicht worden door Frans Snik (iSpex) en Chris van Swaay (vlinders).

Fijnstof meten met je smartphone en iSPEX
In 2013 gingen op onbewolkte dagen vele duizenden Nederlanders naar buiten om wetenschappelijk metingen te doen aan fijnstof. En wel met behulp van hun eigen smartphone en het speciaal ontwikkelde iSPEX-opzetstukje. Dit opzetstukje analyseert samen met de smartphone-camera het zonlicht dat door fijnstof wordt verstrooid. Door zowel het spectrum te meten voor verschillende hoeken vanaf de zon kan achterhaald worden hoeveel stof er in de lucht zit, hoe fijn dit stof is, en waar het uit bestaat. Na grondige verwerking van alle ingezonden metingen blijkt dat iSPEX net zo nauwkeurig kan zijn als vergelijkbare professionele metingen, mits er voldoende mensen meedoen. Op deze manier kan cruciale informatie over fijnstof verkregen worden op plekken waar nu (nog) niet gemeten wordt. Daarmee kunnen burgers essentiële bijdragen leveren aan beter begrip van de invloed van fijnstof op gezondheid en klimaat. Maar misschien wel het belangrijkste aspect van het project is dat dankzij de technologie in smartphones en de technologie in het iSPEX-opzetstukje (die afgeleid is van technologie voor toepassing in sterrenkunde en ruimte-onderzoek) iedereen actief mee kan doen in het wetenschappelijke proces.

Samen vlinders tellen
Sinds 1990 worden in Nederland vlinders systematisch geteld: het Landelijk Meetnet Vlinders. Na 25 jaar tellen weten we hoe het gaat met de populatiegrootte van alle Nederlandse dagvlinders en een paar nachtvlinders. De belangrijkste conclusies zijn dat nog steeds meer vlinders achteruit gaan dan vooruit, maar dat de grootste achteruitgang de laatste jaren tot stilstand lijkt te zijn gekomen.

Vrijwel alle tellingen worden door vrijwilligers gedaan: de laatste jaren op bijna 800 plekken in Nederland, verdeeld over wekelijks getelde algemene routes, soortgerichte routes (waar maar één soort geteld wordt) en ei-telplots: sommige soorten zijn makkelijker als ei of rups te tellen. De kern van het meetnet is het samenbrengen van vragen uit het beleid met het enthousiasme van vrijwillige tellers. De Vlinderstichting coördineert het meetnet, en de wetenschappelijke controle ligt bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het vlindermeetnet is niet het enige natuurmeetnet. Binnen het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) tellen duizenden vrijwilligers allerlei planten- en diergroepen. Omdat deze tellingen volgens een protocol gebeuren, blijken ze prima te gebruiken voor allerlei doeleinden. Naast de primaire doelen (als de Nederlandse natuurrapportages aan de EU) is dat onder andere ook wetenschappelijk onderzoek en het adviseren van natuurbeheerders.

Maar boven alles is vlinders tellen heel leuk: op een lekker warme dag door een bloemrijk grasland met vlinders lopen, wat wil je nog meer? En dat je zo ook nog eens helpt om vlinders te beschermen, is dan prachtig meegenomen.

10 februari 2015: Brein en immuunsysteem: Wie is de baas?: Ontmoet: dr. Jos Bosch, Universiteit van Amsterdam.

Ons immuunsysteem is essentieel voor bescherming tegen infecties en ziekten. Al heel lang bestaat het idee dat stress de afweer verminderd. Maar hoe werkt dat dan? En is dat wel zo? Hoe komen wij aan een immuunsysteem, geperfectioneerd door miljoenen jaren evolutie, dat ons in de steek laat wanneer we het juist het meest nodig hebben: tijdens stress. Nieuwer is het inzicht dat het stress het immuunsysteem ook positief kan stimuleren. Tijdens deze lezing worden onderzoeks-bevindingen getoond die laten dat psychologische stress, zelfs al is de ervaring vervelend, gunstige effecten op het immuunsysteem en lichaam kan hebben. Het versterkt bijvoorbeeld de reactie op inentingen en helpt wonden sneller genezen. Het immuunsysteem heeft overigens zelf ook een verrassend grote invloed op onze emoties en gedrag. Het is bijvoorbeeld heel waarschijnlijk dat uw partnerkeus deels door het immuunsysteem is gedicteerd. Deze kennis over hoe het immuunsysteem het brein beïnvloedt proberen we te gebruiken om behandelingen tegen depressie en angst beter te laten werken.

Dr. Jos Bosch, werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam, doet onderzoek naar de interactie tussen het brein en het immuunsysteem.

13 januari 2015: Go! Leiden: verleiding tot gezonder gedrag: Ontmoet: Lex van Delden van Leyden Academy on Vitality and Ageing

Gezond oud worden is wat de meeste mensen willen en daar hoort een gezonde leefstijl bij. Echter, wij hebben de ongezonde keuze te gemakkelijk en voor de hand liggend gemaakt door onze omgeving ongezond in te richten. De ongezonde omgeving speelt op deze wijze in op onze genetische drift om energie te sparen en energie op te slaan; een situatie die uiteindelijke een bedreiging vormt voor onze gezondheid. We kunnen vervolgens wel gaan zeggen hoe men gezond moet leven, maar dat heeft weinig zin. We zullen de omgeving zelf anders moeten inrichten teneinde een gezond leven te leiden. Daartoe start het project GO! Leiden.

De basis voor het project ligt in het verschil tussen de westerse wereld waarin wij nu leven en het platteland van Ghana. Eenmaal voorbij de kinderjaren worden mensen in Ghana net zo oud als wij, maar in veel gezondere toestand. De omgeving in Ghana is zeer verschillend van de omgeving waarin wij ons begeven; op het platteland van Ghana is geen McDonalds of snoep bij de kassa, werken de mensen fysiek op het land en wordt veel gezamenlijk ondernomen ten behoeve van de samenleving.

Daarnaast kunnen we lering trekken uit de zogenaamde Blue Zones; enkele plaatsen in de wereld, waar mensen aanzienlijk (gezond) ouder worden dan in omliggende gebieden. Ook daar spelen de omgeving en gemeenschapszin een erg belangrijke rol. In de VS is een aantal Blue Zones Projects gestart. Dat zijn stadjes waar de principes van de oorspronkelijke Blue Zones worden toegepast. De eerste resultaten zijn veelbelovend.

Iedereen weet wel ongeveer wat een gezonde leefstijl is, maar er wordt weinig naar gehandeld. De meerderheid van onze dagelijkse beslissingen worden namelijk gemaakt op basis van snelle, impliciete en contextafhankelijke systemen in onze hersenen. Verleiding via de omgeving blijkt daarom vaak veel beter te werken dan mensen keer op keer informeren en toespreken hoe ze zich zouden moeten gedragen. Technieken als nudging, priming, shaping en affordances, zoals die gebruikt worden in marketing, revalidatie en onderwijs, kunnen we ook tooepassen door onze eigen leefomgeving te veranderen en ons te laten verleiden tot een gezonde leefstijl en meer sociale interactie.

Lex van Delden, een van de projectleiders van GO! Leiden van Leyden Academy on Vitality and Ageing, zal dit project toelichten.

Comments are closed.