Terugblik 2012

 2017 / 2016 / 2015 / 2014 / 2013 / 2012 / 2011 / 2010 / 2009 / 2008 / 2007 / 2006

18 dec 2012: Wetenschapsquiz: Science Café Leiden organiseert samen met wetenschapsjournalist George van Hal de Scheltema Wetenschapsquiz!

Hou je van feitjes en getallen? Van Einstein en Kahneman? Van Marie Curie en van Montesquieu? Schuilt diep in jou een academisch beest dat alles weet van de wetenschap – van natuurkunde tot economie? Hou je van een drankje, gezelligheid en winnen? Dan is de Scheltema wetenschapsquiz zéker iets voor jou! Waag met vier vrienden een gokje en ga voor de winst (of de troostprijs).

Wat? Scheltema Wetenschapsquiz (een pubquiz met vrolijk academische inslag)

Wie? Jij en maximaal vier vrienden (teams bestaan uit maximaal 5 personen, minder mag ook)

Wanneer is het? 18 december (het eerste, tweede en derde deel was op 18 sep, 30 okt en 20 nov).

Er zijn dagprijzen en een eindprijs voor wie na 4 quizzen het beste gescoord heeft.

Om mee te doen hoef je je niet van tevoren aan te melden – op tijd binnenlopen is voldoende. Weet je toch al dat je komt, dan horen wij het graag op: wetenschapsquiz071@gmail.com (ook voor vragen). Je kunt je ook van tevoren inschrijven op Facebook, op: http://on.fb.me/UdcC2Y. Tot dan!

11 dec: 2012: Einde van de wereld? De Maya-cultuur: Tijdsrekening bij de Maya: verschillende cycli in een oneindig continuüm

Vrijwel iedereen heeft wel van de Maya gehoord, door film, tv of museum en natuurlijk de vermeende einde der tijden voorspelling. Binnen deze cultuur die zich al voor 500 v.Chr. begon te ontwikkelen speelt de kalender een hele grote rol. Lange tijd werden de Maya zelfs gezien als een volk wat volledig geobsedeerd was door de hemellichamen en volledig was afgesloten van de aardse problematiek. Ze werden gezien als echte “Stargazers”. Archeologische ontdekkingen, de vertaling van oude Maya teksten en simpelweg praten met de hedendaagse Maya bevolking laten echter een heel ander beeld zien. In zijn lezing zal Ludo Snijders proberen, zonder te vervallen in complexe mathematische verhandelingen, te laten zien hoe de verschillende kalenders van de Maya samenwerken en welke rol zij speelden en nog steeds spelen in de Maya cultuur.

Spreker Ludo Snijders RMA is werkzaam aan de Universiteit van Leiden.

Klik hier voor de presentatie van de avond:

Ludo_Snijders_over_Maya_dd11dec2012

 

13 november 2012: Te zout gegeten? Oftewel: zoutgehalte in ons voedsel.

Dr. Marianne Geleijnse: Universitair hoofddocent bij de afdeling Humane Voeding van Wageningen Universiteit. Zij verricht onderzoek op gebied van voeding en hart- en vaatziekten.
Dr. Ir. Liesbeth Zandstra: Science Leader bij Unilever R&D Vlaardingen, afdeling Sensation, Perception & Behaviour. Zij heeft veel onderzoek gedaan naar de psychofysiologische processen die ten grondslag liggen aan voedselkeuze en acceptatie.
Discussieleider: Bart de Graaf, SCL

Spreker Marianne Geleijnse opent deze avond. Haar doel is om bij ons een gezonde kijk op zout over te brengen. Zij begint met te vermelden dat de inname van zout in relatie staat tot meer dan waar wij, wellicht in eerste instantie, aan denken. Iedereen kent de effecten van zout op bijvoorbeeld bloeddruk en hart- en vaatziekten. Maar zout kan mogelijk ook de kans op obesitas, maagkanker en botontkalking vergroten. Leefstijl en voeding, waaronder zout, zijn grotendeels verantwoordelijk voor verschillen in de bloeddruk, niet zozeer erfelijkheid. Zo heeft men in Londen een hogere bloeddruk dan in Kenia. Een onderzoek uit de jaren 70 onder een indianengroep wijst uit dat de bloeddruk niet stijgt bij het ouder worden van deze groep, wat in onze samenleving meestal wel het geval is. Een belangrijke rol is hier weggelegd voor het zout: zout is van nature in slechts beperkte mate in hun voeding aanwezig en werd in die tijd door de indianen niet of nauwelijks aangevuld bij de voedselbereiding.

Een hoge bloeddruk kan gevaarlijk zijn en bijdragen tot een beroerte (nog meer dan tot een hartinfarct). Zo bezien is er dus wel wat te winnen bij minder zoutinname voor ons als consument. De doelstelling is momenteel om 6 gram zoutinname per dag als maximum aan te houden. In 2020 wil de WHO streven naar een zoutinname van 5 gram per dag. In Nederland eten wij momenteel 9-12 gram zout per dag. Hiervan komt driekwart uit industrieel bewerkte producten, zoals kant-en-klare maaltijden en chips. Wat te doen om dit te laten dalen? Behoren industrieel bewerkte producten voortaan tot het verleden? En zijn huilende kinderen en uitgebreid koken onze toekomst? Of is er een andere weg? Bewustwording bij ons als consument en communicatie zijn vooralsnog het belangrijkste. Samen met bedrijven als bijvoorbeeld Unilever wordt er aan mogelijkheden gedacht om dit te bewerkstelligen. Het uitganspunt hiervoor is om het voedingspatroon van een heel land te beïnvloeden. Denk aan educatie via school en de overheid. Maar ook aan de wijze van communicatie. Hier heeft de tweede spreker, Liesbeth Zandstra, onderzoek naar gedaan.

Zij legt uit dat de wijze van communicatie naar de consument belangrijk is: spreek liever niet van: ‘30% minder zout ’ op een etiket. Dit zal de smaakbeleving onbedoeld negatief beïnvloeden met als gevolg dat consumenten het product minder lekker vinden en er soms zelf meer zout op zal strooien dan er oorspronkelijk uit is gehaald. In 2010 is Unilever van start gegaan met het Unilever Sustainable Living Plan. Hierin heeft Unilever zich verbonden aan doelstellingen die zich richten op duurzame groei en o.a. het verbeteren van de gezondheid en welzijn van mensen in meer dan 170 landen. Hierin wil zij ook werken aan het verbeteren van de smaak en voedingswaarde van al haar producten: Unilever wil bijdragen aan een lagere zoutconsumptie door het zoutgehalte in producten verder te verlagen zodat consumenten dagelijks maar 5 gram per dag innemen, zoals wordt aanbevolen door de WHO. Wereldwijd wordt de voedingskeuze van een consument hoofdzakelijk bepaald door smaak. Het verlagen van de zoutinname naar 5 gram per dag in 2020 is dus een hele opgave, ook omdat toevoeging van zout van belang is voor realisatie van de houdbaarheid van producten die aan bederf onderhevig zijn. Consumenten denken ook nog nauwelijks na over zout. Sterker nog, “ze denken dat hun zoutinname wel oké is”, weet Liesbeth op basis van consumentenonderzoek. Consumenten in Nederland en veel andere landen staan nog maar aan het begin van hun gedragsverandering. De zoutreductie is tot nu toe in kleine gewenningsstapjes doorgevoerd, zodat de consument geleidelijk de minder zoute smaak leerde te waarderen zonder met het zoutvaatje te compenseren. Daardoor is zoutreductie tot nu toe nog nauwelijks  opgemerkt. De stap die nu wordt gezet is om het zoutgehalte nog verder en mogelijk versneld te verlagen. Dit gaan consumenten wel degelijk merken. Niet communiceren maar gewoon ‘doen’, kan dus niet meer. Unilever ontwikkelt momenteel nieuwe strategieën die voortbouwen op een zoutreductie-leerproces, ook wel sensorische habituatie genoemd. In een onderzoek werd aangetoond dat mensen lagere zoutgehaltes in producten kunnen leren waarderen over een periode van 8 weken. Nog onbeantwoorde vragen zijn: Hoe groot kan een stap van zoutvermindering zijn eer de consument het merkt? En welke invloed heeft communicatie op de leerprocessen bij consument? Ook hier bleek dat emotioneel communiceren mogelijk beter werkt dan functioneel communiceren. Ook onderzocht men wat de lange-termijn effecten van cognitie op perceptie zijn. Hoe kunnen we sensorische habituatie het beste toepassen?

In de discussie kwam nog naar voren dat naast het gezondheidsaspect een kostenafweging ook meespeelt: zoutreductie beperkt de houdbaarheid van producten wat deze duurder zal maken. Producten moeten tenslotte sneller bij de consument belanden en ook sneller weer uit de schappen van de winkel gehaald worden als de uiterste gebruiksdatum is overschreden.

En moeten de pizza’s, chips en kant-en-klare maaltijden dus toch voorgoed de deur uit? Marianne geeft wat tips: Koop verse producten, ook te koop als pizza’s e.d. Deze worden steeds meer verkocht en zijn tegenwoordig sneller te bereiden dan voorheen.

Voor zowel de consument als de industrie is het belangrijk dat er goede richtlijnen komen voor het zoutgehalte in voeding. Hierbij dient niet vergeten te worden dat zout ook een belangrijke functie vervult bij het bewerkstelligen van de houdbaarheid van een product.

Zijn ook hier de juiste balans en slim communiceren de sleutelwoorden? Het lijkt er wel op. In elk geval zijn beiden sprekers zich bewust van een gezonde kijk op zout en hoe dit te communiceren naar de consument. Deze combinatie zal in de toekomst zijn vruchten gaan afwerpen en ervoor zorgen dat we dan ook naar de chips en pizza kunnen blijven grijpen, zonder dat het onze gezondheid schaadt.

De gebruikte presentaties treft u hier:

Presentation Minder zout – Hoe vertel ik het de consument?
Een gezonde kijk op zout – Stand van de wetenschap

11 sep: De betekenis van het Higgs deeltje

Op 4 juli dit jaar maakte het CERN naar aanleiding van twee experimenten bekend dat zij een nieuw deeltje hebben ontdekt. Dit deeltje is zeer waarschijnlijk het lang gezochte Higgs deeltje en heeft heel andere eigenschappen dan alle andere tot nu toe ontdekte deeltjes. De lange zoektocht naar het Higgs deeltje en de enorme wereldwijde inspanning die hiervoor is geleverd, is gemotiveerd door het inzicht dat het bestaan van dit deeltje geeft in de natuur. Wat is de oorsprong van massa van elementaire deeltjes? Een van de spectaculaire voorspellingen van de theorie achter het Higgs deeltje is de ruimte niet leeg is maar gevuld met een onzichtbaar veld. Waarom was het zo moeilijk dit deeltje te ontdekken? Wat leren we er nog meer van?

Wouter Verkerke hield een indrukwekkende en heldere voordracht, waarna er door het geëngageerde publiek een groot aantal vragen werd gesteld. Het onderwerp is echter te complex om in een klein SCL verslag weer te geven, dus hieronder volgt een uitermate oppervlakkige synposis. Voor de echt geïnteresseerde zijn de 79 slides van de presentatie te vinden op:

http://www.nikhef.nl/~verkerke/leiden-higgs-v23.pdf

Aanpak. Wouter schetste de oorzaak en de geschiedenis van de zoektocht naar wat we inmiddels kennen als het Higgs-deeltje (of Higgs-boson), vernoemd naar onderzoeker Peter Higgs. Zijn inleiding was ingedeeld in vier onderdelen.

  • De zoektocht naar de elementaire natuurkundige deeltjes.
  • Een beschrijving van de fundamentele krachten.
  • Een verklaring van de oorsprong van massa.
  • De werkwijze van de onderzoeken, o.a. met gebruikmaking van de Large Hadron Collider (LHC) en zeer veel statistisch werk.

De oorsprong van massa: het Higgs-boson. Het Higgs-boson is het enige deeltje in het Standaardmodel van de natuurkunde, waarvan het bestaan wel was voorspeld, doch dat nog niet was aangetoond. Totdat de afgelopen zomer CERN, het deeltjesversnellerinstituut bij Genève, aan de hand van resultaten van onderzoek met de CMS-deeltjsdetector en de ATLAS-detector, het bestaan van het nieuwe deeltje kon aantonen. De experimenten bestaan eruit dat deeltjes met vrijwel de lichtsnelheid met elkaar in botsing worden gebracht. Hoe harder de botsing plaatsvindt, hoe meer energie wordt omgezet in nieuwe deeltjes, zoals bv. het Higgs-boson. Dit deeltje verklaart waarom alles massa heeft, nl. doordat deeltjes worden afgeremd door het Higgsveld. Het boson valt net zo snel uit elkaar in verschillende elementaire deeltjes als het ontstaat uit een botsing. Uitsluitend deze brokstukken zijn zichtbaar in detectoren.

Discussie. Hier volgt een volledig willekeurige en incomplete weergave van de gestelde vragen. Is er een theorie voor de herkomst van elektrische lading? Moeten zware massa en trage massa hetzelfde zijn? Er is veel massa, waarom was het dan zo moeilijk om het Higgs-deeltje te vinden? Het Higgs-deeltje heeft zelf ook massa; hoe komt het eraan? Zijn er toepassingen van de ontdekking van het Higgs-boson te verwachten, zijn er uitbreidingsmogelijkheden naar andere vakgebieden? Is de natuurkunde nu klaar met onderzoek? Het antwoord op de laatste vraag was een kort en krachtig: “Dit is pas het begin!” In ieder geval kan de LHC vanaf einde 2014 met dubbele energie ‘draaien’.

Frank Doesburg gaf een uitstekende puur akoestische performance van eigen werk, waarbij hij zich geen moment liet afleiden, zelfs niet door een gebroken snaar. Het viel goed in de smaak bij het publiek en was duidelijk op zijn plaats in de theaterzaal van Scheltema, de nieuwe locatie van het Science Café Leiden. Voor de liefhebber is er Frank’s pasverschenen CD ‘Forget about Venus’.

Onze spreker voor de avond was dr. Wouter Verkerke. De heer Verkerke is onderzoeker bij Nikhef, het nationaal  instituut voor subatomaire fysica in Amsterdam en is sinds 2004 verbonden aan het ATLAS experiment, een van de twee experimenten op CERN die dit jaar het Higgs deeltje hebben ontdekt. Zijn fascinatie voor de wereld van elementaire deeltjes richt zich op het onderzoek aan zeldzame exotische deeltjes. Hij is actief betrokken bij de huidige ontdekking van het Higgs boson.

29 mei: Innovaties in de zorg: Gezien de zorgvraag die alleen maar groter wordt door hogere levensverwachtingen, is er veel vernieuwing nodig in de zorg om het betaalbaar te houden.

Enkele studenten van prof. Dr. Jos van den Broek, moderator van deze drukbezochte avond, suggereren, bij monde van Martijn Oeij, het opzetten van een database met patiëntgegeven door artsen en medisch specialisten. Dit gegevensbestand kan dag geraadpleegd worden door zowel collega-medici, voor lering maar ook voor bijvoorbeeld feedback op de diagnose. Anderzijds kan de groeiende database gebruikt worden voor bijvoorbeeld trendanalyses. Tenslotte kan het systeem, mits voldoende intelligentie ingebouwd, zelfs voorstellen genereren voor behandeling, bijvoorbeeld aan de hand van best practises.

Na deze creatieve opening doen Dr. Jouke Tjalsma en dr. Fred Boer, beide van LUMC, kond van de grootte-orde van het medisch probleem waar de nederlandse samenleving voor staat: zorg wordt alsmaar duurder (jaaruitgaven Nederlandse zorg in 1972 bedroegen circa 10 miljard Euro, op dit moment is dat ongeveer het tienvoudige en nog steeds groeiende). De vraag of we allemaal gezonder zijn geworden kan evenwel bevestigend worden beantwoord: naast het feit dat de levensverwachting merkbaar is gestegen is het aantal wachtlijsten drastisch afgenomen en het aantal medische ingrepen aanmerkelijk toegenomen (in vaktermen: het zorgvolume is vergroot). Maar naast deze financiële uitdaging bestaat, als gevolg van de vergrijzing en de daardoor toenemende zorgvraag, een tweede probleem: wie gaat de stijgende zorgvraag leveren? De sprekers voorzien bij ongewijzigd beleid en trends, in Nederland voor 2020 een tekort van 450.000 zorgprofessionals.

Helaas ontbreekt binnen de zorg, aldus de sprekers, nog altijd enig kosten-bewustzijn, ondermeer juist als gevolg van de huidige financiële structuren waarin financiële prikkels ontbreken. Nog altijd staat de kwaliteit van lijf en leden bovenaan, terwijl circa 90% van de zorgkosten in de laatste pakweg twee levensjaren geleverd worden. Eens zal de vraag opdoemen of het wel wenselijk is om tegen het levenseind nog zware operaties of andere behandelingen uit te voeren, die wellicht een kwaal kunnen oplossen maar aan de andere kant de kwaliteit van leven van de patiënt en diens omgeving niet altijd ten goede komen. Hier komen ethische dilemma’s om de hoek kijken: want gelden bijvoorbeeld dezelfde uitgangspunten van iemand van 93 ook voor een patiënt van 35? En wie stelt die uitgangspunten vast?

Het ontbreken van financiële prikkels uit zich tevens in het gegeven dat voor innovaties binnen de zorg, steevast de kwaliteit van zorg bovenaan staat en financiële afwegingen in de vorm van business cases zelden of nooit gemaakt worden.

Oplossingen moeten vooraleerst worden gezocht, aldus de sprekers, in een afname van het beroep op zorgprofessionals door een toenemende zelfredzaamheid van patiënten, een verhoging van de arbeidsproductiviteit door middel van efficiëntere gegevensondersteuning van specialisten en op systeem-nivo, een betere zorgregulering, wetgeving en financiële structuren binnen de zorg.

LUMC heeft in 2007 een start gemaakt met het structureel verhogen van de arbeidsproductiviteit van haar medewerkers door het ontwikkelen van één patient-volgsysteem, dat toegankelijk is voor alle medewerkers binnen het LUMC. Hiermee behoren doublures in onderzoeken, situaties waarin een patient bij verschillende specialisten dezelfde vragen dient te beantwoorden en met elkaar interfererende medicaties tot het verleden. Dit systeem, in 2011 live gegaan bevat, naast deze functionele integratie tussen behandelaars, een afspraken-systeem en daarmee gekoppeld werkordersysteem. In de toekomst zal zit systeem worden doorontwikkeld naar externe communicatie, bijvoorbeeld naar de patiënt zelf en naar dienst huisarts, wat de zelfredzaamheid van patiënten ten goede moet komen, zoals met leefstijladviezen en zelfdiagnose. Naast security-issues, waaronder de patient’s privacy, is de benodigde ICT bij de patiënt thuis nog een obstakel: niet iedereen is even begaan met de nieuwste informatie-technologieën. Applicaties dienen zo ontwikkeld te worden dat ook ouderen ermee om kunnen gaan.

Maar ook op kleinere schaal wordt aan innovaties gewerkt, onder andere door Stichting Living Lab Leiden, die kleinschalige zorginnovaties realiseert door ontwikkelaars, leveranciers, onderzoeksinstellingen en zorgleveranciers bij elkaar te brengen. Doel is, zo vertelt projectmanager Gert Jan Cornel, om zorginnovaties die ten doel hebben mensen langer zelfstandig te kunne laten wonen, te ontwikkelen on direct op bruikbaarheid en marktrijpheid te toetsen. Dit project, wat stopt in juni 2013, heeft zichzelf ten doel gesteld minimaal vijf gevaloriseerde innovaties inclusief eenpositieve business case, aan de markt (lees: zorginstellingen en zorgverzekeraars) over te kunnen dragen.

Een voorbeeld is het project Salusion, waarbij ‘slimme luiers’ voorkomen dat luiers binnen de gehandicaptenzorg onnodig verwisseld worden door middel van sensortechnologie. Een ander project is Vroegsignalering, waarbij van 75+-ers door middel van automatische verwerking van gespreksgegevens van een huisbezoek met een PDA of smartphone met interview-protocol, op eenvoudige wijze een inschatting van de kwaliteit van leven kan worden gemaakt en een indicatie van de zorgvraag kan worden afgegeven.

Ook ondernemers zijn actief bezig met vernieuwingen, zoals fabrikant van incontinentieluiers Eldercare BV. Elmer Meurs, directeur, licht toe hoe zijn innovatieve monitoring- en bestelsysteem ouderenzorginstellingen helpt om steeds, just-in-time, de juiste typen en hoeveelheid luiers te bestellen en op patiëntnaam geleverd te krijgen. Naast een kostenbesparing levert dit voor zorginstelling een aanzienlijk logistiek gemak op.

Een van de vragen die in de tweede helft van de avond opkomen, is: waar blijft de patiënt in dit geheel? Belangrijk aspect bij alle ICT-vernieuwingen blijft de individuele communicatie tussen zorgverlener en patiënt, een aspect wat juist bij toenemende automatisering van steeds groter belang wordt. Zorgverleners worden dan ook steeds intensiever getraind in communicatieve vaardigheden.
LUMC heeft de kwaliteit van dit patienten-contact expliciet meegenomen in de ontwikkeling van het patient-volgsysteem.

Een andere vraag betreft de marktwerking: het huidige financiële sturingsmodel in de zorg zal niet bijdragen aan een marktwerking die leidt tot efficiëntere zorg. Zorgconcentratie, een van de hypes, klinkt goed, maar werkt niet bij patiënten met meerdere aandoeningen. Zijn de hoge kosten van hulpmiddelen wel gerechtvaardigd? Deels wel, volgens de sprekers, medicijnen en hulpmiddlen dienen aan strenge voorwaarden te voldoen voordat ze toegepast mogen worden. Anderzijds bestaat ook het vermoeden dat er ook wel enige kunstmatige prijzen in stand worden gehouden door patenten en monopolies.

24 april: Mannen en vrouwen in evolutionair perspectief

Leonie Herben verrichtte de aftrap met een prikkelende column over het desbetreffende onderwerp (klik hier).

Thomas Pollet benadert de materie vooral uit de biologische/anatomische evolutionaire hoek. Hij valt daarbij terug op een aantal relevante theorieën (Darwin, 1871; Andersson, 1994). De geslachtelijke tweevormigheid uit zich in veel fysieke verschillen; buiten de primaire ook in de vorm van de handen/lengte van de vingers, de lichaamslengte, de bekkenvorm en zo meer. De psychologische verschillen zijn niet zo groot. Culturen spelen natuurlijk ook een belangrijke rol. Is het een wet dat oudere mannen jongere vrouwen huwen? De oermannen zoeken in principe vruchtbare (dus jonge) vrouwen, de oervrouwen zoeken mannen die sociale zekerheid kunnen bieden.

David van Bodegom heeft zes jaar onderzoek verricht in Noord-Oost Ghana. Wat is het nut van mannen en vrouwen puur evolutionair gezien, als ze niet meer betrokken zijn bij de reproductie? Hij bespreekt o.a. de zgn. ‘Grootmoederhypothese’. Zijn onderzoek wees uit dat de aanwezigheid/afwezigheid van een grootmoeder niet zo’n grote invloed heeft op de ontwikkeling van kleinkinderen. Hij licht toe wat de effecten zijn van de verschillen in levensomstandigheden. De kansen en mogelijkheden van rijke versus arme groepen krijgen ook de nodige aandacht. Bij een hoge status van de man zullen er veel nakomelingen zijn (zonen) en bij een lage status van de man zullen er weinig of geen nakomelingen zijn (dochters).

Discussie. Een greep uit de het grote aantal vragen volgt hieronder.

  • Hoezo ‘voortplanting’? Voor mannen is sex toch het belangrijkste?
  • Hoe zien de sprekers de evolutionaire toekomst van de westerse samenleving?
  • Zijn mannen echt sterker?
  • Wat voor nut hebben de resultaten van een onderzoek in Afrika voor het Westen?
  • Als de mens in principe polygaam is, waarom zijn we in het Westen monogaam geworden?
  • Is het Caribische model (mannen maken kinderen en zijn daarna onvindbaar) niet het slimste, tenminste evolutionair gezien?
  • Zullen vrouwen minder monogaam worden?

27 maart: Organisatieverandering met menselijke maat

Truus Poels en Ed Jansen bespraken respectievelijk de theoretische en praktische aspecten van
ritmiek van organisatieverandering. Er gaan vaak zaken mis in organisaties en vooral bij de nimmer aflatende veranderingsprocessen.

  • Veranderingen worden steeds complexer.
  • Het effect van de verandering wordt onderschat.
  • Er is een toename in het tempo van veranderen.
  • Het aantal veranderingen neemt toe.
  • Er is weerstand tegen de verandering.
  • De verandering is weinig duurzaam.
  • De medewerkers/managers kunnen niet met de verandering omgaan.
  • De verwachtingen van de verandering worden niet waargemaakt.

Er is een daarbij grote behoefte aan verbeteringen. Vragen die kunnen worden gesteld bij veranderingen zijn o.a. de volgende.

  • Hoeveel veranderingen lopen er op dit moment?
  • Welke veranderingen zijn cruciaal?
  • Hoeveel tijd is voor veranderen beschikbaar?
  • Zijn veranderingen op tijd klaar?
  • Hoeveel veranderingen worden voortijdig gewijzigd of stopgezet?
  • Worden lessons-learned uit evaluaties van eerdere veranderingen meegenomen?
  • Is het startmoment duidelijk?
  • Wordt er op de afgesproken momenten gecommuniceerd?
  • Wie bewaakt onderlinge verbanden en synchroniseert veranderingen?
  • Is de betrokkenheid van de stakeholders op alle momenten voldoende aanwezig?
  • Is er voldoende aandacht voor momenten van rust en drukte?

Het model Organisatieritmiek typeert de ritmiek van organisatieverandering aan de hand van de ritmiekkenmerken ritmetempo, ritme-intonatie, ritmeklemtoon, frequentieperiode en frequentieherhaling. De uitkomsten van een in 2011 gehouden onderzoek gaven onderstaande resultaten aan.

  • Voorbereiding en uitvoering vragen regelmatig meer tijd dan gepland.
  • Tempo van veranderen is hoger geworden.
  • Bij planning wordt geen rekening gehouden met perioden van drukte en rust door andere veranderingen of de werkdruk in bepaalde perioden.
  • Het is duidelijk waarom verandering wordt ingezet.
  • Gedurende verandering zijn er veel vertragingen.

Uitkomsten resulteerden in verschillende ritmiekinterventies.
– Meer aandacht voor rust- en onrustmomenten.
– Voorkomen onzekerheid bij de start.
– Voorkomen vertragingen.
– Verhogen tempo.

Peter Oeij stelde dat de complexiteit van organisatieveranderingen 1) dikwijls leiden tot defensief gedrag 2) en daardoor tot het falen van de organisatieverandering 3). Door Team mindfulness moet men leren omgaan met het onverwachte 4).

  1. De organiatiewijziging wordt gezien als:
    – ‘ingewikkeld’, onvoorspelbaar,
    – non lineair,
    – met paradoxen, dilemma’s, contradicties en-
    – lokale interacties, globale patronen.
  2. We gaan
    – zoeken naar bevestiging,
    – streven naar ‘controle’,
    – dubbele boodschappen afgeven en
    – trachten psychologisch ‘ongemak’ te vermijden.
  3. Falen geschiedt door
    – ‘circulaire mechanismen’,
    – weerstand, frustratie, irritatie,
    – het niet zien, niet leren,
    – het herhalen van ‘fouten’.
  4. De volgende aspecten werden besproken.
    – Weak signals.
    – Resist simplification,
    – Sense of experience
    – Resilience,
    – Defer to expertise

Vervolgens lanceerden de inleiders de volgende discussiestellingen.
– Voor succesvolle organisatieverandering heb je bar weinig aan ‘best’ of ‘good practices’ : ze zijn juist goed omdat  ze niet na te apen zijn
– Slogans als ‘het nieuwe werken’, ‘sociale innovatie’ en ‘slimmer werken’ zijn trends, die weinig verbetering aan succesvol veranderen geven
– Organisaties blijven liever hollen, dan dat ze de rust nemen om op geregelde tijden stil te staan en de situatie te beoordelen Divertissement: Jana (+ Jules)

28 februari: Regelgeving in Chemie

Ir. Jos Dingemans nodigde het publiek aan het begin uit om vragen te stellen, en vervolgens gebruikte hij de gestelde vragen als basis voor de bespreking van het thema ‘Regelgeving in Chemie’. Door deze originele aanpak hield hij de zaal scherp en bij de les. Hij ondersteunde zijn opmerkingen met een ongeveer tien minuten durende film over de ramp bij Chemie-Pack, een jaar geleden.

Vervolgens presenteerde Dingemans een overzicht van de regelgeving in de chemie. Aan de hand van de vragen uit het publiek besprak hij veel aspecten die samenhangen met chemische industrie, w.o. gezondheid en veiligheid, de verdeling van de verantwoordelijkheid daarvoor (overheid of bedrijfsleven), het nut en de noodzaak van regelgeving, ontwikkelingen dienaangaande (de wenselijkheid van meer of minder regelgeving), de betrouwbaarheid van chemici, de vraag of een klein en dichtbevolkt land als Nederland eigenlijk wel chemische industrie kan hebben en zo meer.

Naast de gestelde vragen gebruikte Dingemans ook enkele pregnante stellingen, die niet noodzakelijkerwijs zijn eigen standpunt weergaven, maar goed waren voor het debat.
Elke beschaving heeft regels nodig.

  • Mensen hebben een hekel aan regels. Bedrijven zijn net mensen. Dus hoe minder regels, hoe beter.
  • Chemie is gevaarlijk, dus: hoe meer regels, hoe beter.
  • Zonder chemie is de moderne beschaving niet mogelijk.
  • Nederland is te klein voor de chemische industrie.

Dingemans bleek ook een goede woordvoerder voor de chemische industrie. Hij gaf de standpunten van de chemie als volgt weer.

  • Chemische producten leveren een positieve bijdrage aan maatschappelijke welvaart en aan het algemeen welzijn.
  • De chemische industrie levert hoogwaardige werkgelegenheid.
  • De gevaren die horen bij chemische processen zijn goed bekend, mogen niet worden veronachtzaamd en vergen een groot verantwoordelijkheidsbewustzijn van de industrie.
  • De chemische industrie erkent dat regels nodig zijn en onderschrijft dat naleving daarvan niet meer dan normaal is.
  • Daarbij is samenwerking met de overheid van groot belang.
  • Wat de chemie betreft: liever minder regels, maar veel belangrijker is de kwaliteit van de regels.
  • De chemische industrie doet haar werk om de veiligheid te vergroten en om het vertrouwen van de omgeving te (blijven) verdienen.

Een mogelijke samenvatting van de avond zou kunnen zijn: de eerstverantwoordelijke voor de veiligheid is de chemische industrie. Zij heeft daarbij behoefte aan goede regelgeving.

Jana (zang) en Jules (akoestische gitaar) bewezen voor aanvang van de avond en tijdens de pauze hoe met eenvoudige middelen indrukwekkende (zelfgeschreven!) muziek kan worden gemaakt. Chapeau!

31 januari: Hoe kan een computer Jazz van Rock muziek onderscheiden? Dr. A. Honingh (Institute for Logic, Language and Computation (ILLC), Universiteit van Amsterdam)

Gezien het hoge specialistische gehalte van de inleiding is deze weergave slechts een benadering van hetgeen werd gepresenteerd. Anline Honingh introduceerde een hoogst ongebruikelijke wijze van omgaan met muziek, bestaande uit een inleiding in de mathematische en computationele muziekwetenschappen. Hiermee wordt het mogelijk om muziek op formele wijze te benaderen en te formaliseren/categoriseren/classificeren. Door de voortschrijdende digitalisering van muziek is dat ook zeer goed praktisch toepasbaar.

Een belangrijk hulpmiddel bij de classificatie zijn intervalcategorieën, die leiden tot (automatische) globale indeling van muziek door de eeuwen heen. Het is gebleken dat intervallen karakteristieker zijn voor muziek dan de vormen die voor ons gebruikelijk zijn, zoals ritme en instrumentatie.

Voorbeelden van theorieën die aan de genoemde aanpak ten grondslag liggen zijn de ‘Stemmingen- en intonatietheorie’, de ‘Toonladdertheorie’ en de ‘Toonklasseverzamelingentheorie’. Met name de laatste is een handig hulpmiddel gebleken. Door vereenvoudiging en reductie van dimensies met behulp van Multi Dimensional Scaling kan elk muziekstuk worden gerepresenteerd als een punt in een driedimensionele ruimte. Zo kan door het visueel maken van interval categorieën een muzikale periode zichtbaar worden gemaakt.

 

Comments are closed.